Tuesday, 6 May 2014

Waar denk je eigenlijk aan, Peter?

Naast mijn hut in Islanders Paradise, het resort op het Filipijnse eiland Siquijor waar ik vijf weken verblijf, zijn vanaf de tweede week mijn buren Peter en Loe. Hij is midden vijftig, Zwitser en zij is Filipina, eind veertig. Peter en Loe blijven tot ver na mij in dit resort en zijn daarmee dus mijn vaste buren geworden. Daar ben ik erg blij mee. Rustige en gezellige mensen zijn het. Na wat heen en weer gewuif en een eerste praatje volgde al snel een lange gesprek met hem en voor ik het wist zat ik 's avonds aan hun tafel om de verse vangst van die dag mee te komen opeten. Zij kook heerlijk. Peter heeft het voor elkaar gekregen dat Nani, de 'Mater Familias' van de familie die dit resort runt, de volgende dag voor ons Zwitserse rösti maakt. Peter en Loe kennen Nani namelijk van vorige bezoeken. Maar het is ook gewoon logisch; Peter krijgt alles voor elkaar.
Hij is een wat bleke man, met een voor zijn leeftijd bescheiden buikje en met een gezicht als uit een Buster Keaton slapstick of een Disney-cartoon. Het is dun, met een kort kapsel dat extra haar overlaat bovenop, waardoor het dunne iets geaccentueerd wordt en het heeft een Duits aandoend snorretje, netjes bijgewerkt met een beetje ruimte tussen de snor en de bovenlip. Dat geeft eerder iets komisch dan militaristisch. In dit dunne gezicht steken twee vrolijke ogen achter een bril. Peter is de hele dag 'Froh'; 's ochtends, wanneer hij uit zijn hut komt, zich uitrekt, zijn vrolijke gezicht mijn richting uitdraait en steevast 'Hallo, gute Morgen Ingmar' roept, 's middags, als hij alleen zit te lezen in magazines en af en toe heen en weer wiebelend in zichzelf praat en 's avonds, als hij een zoveelste heerlijke maaltijd voorgeschoteld krijgt en zijn Loe verliefd aankijkt. Hij is blij met het leven, de Filipijnen en het heerlijke vooruitzicht van zee, strand en zijn vrouw. Hij praat de hele dag tegen haar, daar op die varanda. En zij babbelt vrolijk terug. Hij noemt haar 'liebe Loe' en zij hem 'Pappsie'. 
Peter zit niet zo maar hier met zijn midden vijftig een paar maanden in de Filipijnen. Peter is afgekeurd. Hij heeft een half jaar geleden te horen gehad dat hij vanwege zijn ogen, die al jaren langzaam achteruitgaan, niet langer kan werken. Hij was verkoper van gezonde producten in de buurt van Bern en moest ophouden. En dat voor zo'n bezig mannetje. Hij rende van hot naar her, deed aan karate, motorrijden en nog veel meer. Hij en Loe hebben het niet breed en gaan nu hun huurhuis in Zwitserland, waar ze officieel al uit zijn, verruilen voor een huurhuis hier op het eiland om zich permanent te vestigen. Er moet veel worden gedobbeld met geld. Twintig jaar getrouwd, geen kinderen staan zo samen hun mannetje in deze totaal veranderde situatie. Toen het bericht van Peters afkeuring kwam was deze er naar eigen zeggen nog niet onder te krijgen. Hij vat het zo samen: 'Vanwege deze oogafwijking zit ik wel mooi met mijn witte kont in het zand van de Filipijnen. Das Leben ist schön, nah? Je moet elke dag nemen wat het geeft. Vanavond frische Fisch, mein freund! Das hat Meine Loe doch ganz net geschaft, nah?!'
Mocht je met Peter willen praten, bijvoorbeeld om te horen hoe 'unglaublich' mooi ook deze dag weer is, dan vang je de helft van de dag bot, want Peter heeft een leuk excessief trekje. Elke dag, minstens drie keer, loopt Peter het water in. Dan zie ik die wat sloom naar voren zwengelende benen, dat zwarte t-shirt en die zwarte zwembroek, een grote zonnebril en een opvallende kaki-kleurige pet met grote lange flappen langs de oren, die vrolijk opveren als hij op weg is naar een verder gelegen gedeelte van de zee, alwaar hij, ik overdrijf niet, minstens de helft van de dag in het water dobbert. Uren lang. Elke dag.
Ik zie hem daar helemaal alleen, ver in de zee, met zijn leuke kopje boven het water - ik verdenk mijzelf ervan soms stiekem te checken of ik hem nog zie. En als ik hem dan zo zie liggen in dat water denk ik onwillekeurig bij mijzelf: waar denk je eigenlijk aan, Peter?

Thursday, 3 April 2014

Eerst naar Giean...


Hoe het komt dat deze derde reis naar Japan zo anders gaat uitpakken dan verwacht weet ik niet, maar het begint al bij de start. Want ik vlieg eerst naar de Filipijnen om daar Giean te bezoeken. Maar dat niet alleen, op mijn aanvraag brengen we een bezoek aan haar familie in Caba, La Union; dat ligt in het noorden van het Filipijnse hoofd-eiland Luzon. Het kleine jungle-dorp ligt aan een lange doorgaande weg en, belangrijker, aan de zee. De rit daarheen is zes uur met de bus en gaat voornamelijk door monotone junglewegen. Een extra kussen is dus geen luxe (zoals meestal bij ons; ik doe of ik slaap omdat ik een foto moet nemen; mevrouw is echt onder zeil)



Onderweg maken hebben we wat plaspauzes en lunchtime.




Voordat ik voorgesteld wordt aan de familie droppen we onze spullen in een slaperige resort.








Caba is niet meer dan een kleine collectie straatjes, met losstaande, simpele huizen, veel mango- en bananenbomen en dit alles, zoals altijd in de Filipijnen, gebouw rond de Barangay - het dorpsplein, waar ook vergaderingen zijn en evenementen die de hele gemeenschap aangaan.


Verder is er een kleine 'municipal' en zelfs een gebouw met voorzieningen voor ouderen.



Een beetje slaperig geheel dus, maar wat is het gezellig! Het leven speelt zich hier op straat af - logische met temperaturen van constant boven de dertig - en overal rennen en spelen kinderen. 
Hier komt dus de familie van Giean vandaan, althans, een deel daarvan; de 'tak' van de moeder van haar vaders zijde. Veel van hen zijn geemigreerd naar Canada, sommigen zijn weer terug en een aantal plannen momenteel een immigratie. Wie denkt, tja, de familie van mijn oma, dat is al verder van mij vandaan, wel, die denkt niet als een Filipijn. Want niet alleen de directe kinderen, zussen en broers van die oma, maar ook alle nakomelingen daarvan behoren tot de 'naaste' familie, worden met naam en toenaam genoemd en het komt zelden voor dat Giean zich verslikt in de genologie. Ik, met mijn toch al niet al te sterke geheugen, heb het losgelaten. Giean begrijpt dat en legt met veel begrip voor de zoveelste keer uit dat 'auntie huppeldepup' geen tweede nicht van de vader van haar oom is, maar een zus van de moeder van haar vader. En dit is geen goedkoop ingekopt grapje van mij. Vraag Giean voor de lol naar haar familie en je zult duizelen! 
En zo kan het dus gebeuren dat je met je stroopwafels, hopjes, bastognekoeken en kletskoppen rekent op een intieme bijeenkomst van een paar mensen, maar in plaats daarvan terecht komt in een huiskamer met meer dan tien mensen, die jou allemaal verwelkomen als het nieuwe familielid. En je kado's zijn in twee seconde foetsie.















Ik ben binnen no time 'thuis'. De hartelijkheid is overweldigend - ik maakte dat ook bij familie in Vancouver mee - en het feit dat ik alles wat op tafel komt lekker vind - en dat ik ook zo - maakt grote indruk op mijn kersverse familie. Ik vermoed dat ik ze daarmee een gevoel van trots geef, want niet iedere buitenlander kan Filipijns eten waarderen. 

Er is natuurlijk het feit dat we nog niet getrouwd zijn. Dat is in de Filipijnen wel een 'dingetje'. Maar dat Giean en ik al drie en een half jaar bij elkaar zijn en in het proces van immigratie zitten, maak dat ik recht heb op de traditioneel uitpuilende tafel vol heerlijkheden; te veel, te lekker en gewoon te gek. Ik heb het - wederom - al meegemaakt in Vancouver, bij Giean's 'lola' - oma - maar dit gaat er gewoon nog even overheen; kipcurrie, beef-stew, verse vis, zeewier-salade, noodles, rijst en nog veel meer. 



De familie doet al sinds tijden in varkenshandel:


De boom waar kleine Giean altijd in klom:


Een authentieke kook-combinatie - noem het single-gourmet op zijn Filipijns - waar de familie veel gerechten op maakt:


Giean en ik hebben een heerlijke dag en een rijden in de namiddag met Giean's vader mee terug. 

En dan zijn we terug in Manila, dat 'opgewonden beest', dat zo schril afsteekt tegen de rest van archipel. Giean's vader nodigde ons uit voor een etentje:


Giean en ik bezoeken ook een restaurant waar je nou eens niet overbakken nep-westerse junkfood krijgt - zoals in vijfennegentig procent van alle restaurants in Manila - maar authentiek Filipijns eten. Tip van Serge, toen ik met hem hier was; thanks man!



O ja, samen knutselen aan achtendertig pagina's bepalingen, attachments en appendixen, in het kader van de immigratie. Handtekeningen zetten en samen zenuwachtig zijn, vanwege de grote stap:


Samen nog een laatste keer eten bij een heerlijke, maar veel te scherp-gekruide Thai:


...en dan tot slot 'blussen' bij 'De Reden Waarom Starbucks-Verslaafden Zich Moeten Schamen':


Na een paar dagen in Manila bij Giean ga ik het missen. het huis, de kat, die ik elke ochtend - ik sta als eerste op - eten geef...



....het rumoer buiten....De Filipijnen zijn warm, chaotisch, hier en daar gevaarlijk, maar ook gepassioneerd, zoete geur, gezelligheid en buitenleven. Och en....tja.....mmmm.... dit ga ik zéker missen!!:


En dat alles... is niet Japan.... En toch ga ik daar acht weken heen. Afscheid op de airport...